Laatste etappe tot Ajaccio. 1295 km

Dit weekend is het pinksterweekend en is het feest in het bergdorp, Olmeto, een 5 km klimmen vanuit de camping. Na kennismaking met de plaatselijke kwade keffer bereiken we Olmeto. In de ‘ salle de fêtes ‘ zijn de plaatselijke vedetten zich aan het opwarmen.. Ik bestel een biertje, San Georges, en krijg ne platte water voorgeschoteld. Het lokale bier heet blijkbaar Pietra en er zijn 2 soorten : een blond en een amberkleurig kastanjebier. Ze zijn allebei lekker bij ons broodje ‘ brochette de dinde “. De plaatselijke vedetten zijn niet slecht, er zit zelfs een talentvolle gitaarvirtuoos tussen waarbij Helena het niet kan laten om hierbij een dansje te placeren. Tegen elf uur besluiten we de gezellige feestzaal vol dorpsgenoten te verlaten en zoeven we naar beneden. De kwade keffer slaapt al.Vandaag starten we onder een bewolkte hemel naar Ajaccio, het eindpunt van onze trip en de geboortestad van Napoléon Bonaparte. De weg slingert zich langs de kustlijn met regelmatig pittige klimmetjes. De lucht klaart snel op en we krijgen weer de allermooiste, ongerepte vergezichten. Maar je zal hier pas van genieten na de nodige zweetdruppels te hebben gelaten, geperst door de poriën vanuit ons met schapenkaas verzadigd lichaam.

Voldaan van al dat moois bereiken we onze laatste camping.

Hier gaan we onze blog eindigen en nog genieten van onze resterende vakantiedagen. 

Kort samengevat : 

Sicilië, wat een leuke bevolking, lekker en goedkoop eten ( tavola calda ) & drinken ( Nero d’avola, syrah en merlot : rood, en nog wat onbekendere soorten op de Etna ), gezellige sfeervolle stadjes en bovenal schandalig lekkere koekjes. 

Sardinië , wondermooie kustlijn en een woest binnenland, lekkere keuken en wijn ( Cannoneau, rood en Vermentino, wit), vriendelijke mensen en prachtige, luxueuze campings.

Corsica is eveneens bevoorrecht met een schitterende kustlijn en een ruw, ongerept binnenland. Mais on va payer pour cette chėrie. 

Kortom, des te zuidelijker des te kleiner de portemonnee, des te noordelijker des te groter de portemonnee. Hier hebben we dan ook wat meer aan de tent gekookt.

Van fietspaden, zoals bij ons, is er nauwelijks sprake maar de kleinere wegen zijn zo autoluw dat het aangenaam blijft. Rond de grotere steden heerst er wel, zeker in Sicilië, chaotisch verkeer.

Kamperen blijft voor ons in het laagseizoen en met acsi kaart beperkt tot maximum 18 euro en dit op alle eilanden. In de zomer kost een kampeerplaats tussen de 40 en de 50 euro. 

Hopelijk hebben jullie genoten van de blog en wij vertrekken voldaan, het waren 3 prachtige eilanden, terug naar huis…

Tot de volgende…… 

        Ook koeien hebben recht op een strandvakantie…. 

Advertenties

Bella Sardegna Ciao, Bonjour La Corse.    1170 km 

Onze laatste dag in Sardinië. Vandaag moeten we een 40-tal kilometers, spijtig genoeg met stevige wind op kop, fietsen om de boot naar Corsica te nemen. Eerst rijden we richting Palau waar we, na wat geklommen te hebben, een heel mooi uitzicht krijgen op de haven van Palau en de Arcipelago de la Maddalena ( een eilandengroep ).

Goed op tijd bereiken we Santa Teresa di Gallura. Hier vertrekt onze boot en we nuttigen nog een laatste Italiaanse maaltijd, die spijtig genoeg voor ons beide, erg tegen viel. Tja, dat heb je met die dagtoeristische plekjes, hé. Het ijsje dat we achteraf bij een zeer vriendelijke Sardeen? gaan eten maakt de afsluiter toch nog goed. 
De boottrip gaat vlot en na een uurtje staan we op Corsicaanse grond. Bonifacio ligt, vanop zee te zien, heel mooi gelegen boven op de kliffen.
We fietsen naar de camping, stellen de tent op en merken het, toch wel grote temperatuurverschil. Lang geleden dat we met lange broek en trui aan de tent zaten.
Dju, geen winkel in de buurt. Dus terug 4 km naar beneden fietsen en dan weer met wijn en proviand naar boven. Wat een mens lijden kan. Toch nog lekker gegeten en vroeg de slaapzak in.
Na wat gedruppel s’nachts, is het s’morgens wisselend bewolkt ( het doet me al aan België denken ) en de wind staat strak.
Na een leuke uitstap met uitgebreide lunch aan Bonifacio, brengen we een bezoekje aan de schapenkaasboer gelegen naast de camping. Hier wordt primitief kaas gemaakt in een koperen pot boven een open vuur. Hoe simpel het toch kan zijn. We kiezen voor een blokje (1,1 kg) van een paar weken oud en hopen zo het verteringsproces van de menu van deze middag een handje toe te steken. Oei, 1,1 kg, dat wordt kaas eten de volgende dagen.
Vandaag volgt onze eerste fietstrip door Corsica richting Propriano ( Z-W kust ) en er staat verdorie een krachtige, koude wind, die al 2 dagen blaast, pal van voren. Onderweg worden we wel getrakteerd met uitzichten op een prachtige kustlijn en een ruw, ongerept binnenland. Corsica blijkt wederom de nodige troeven in handen te hebben om een aangename vakantie door te brengen. Fietsen is hier echter een zaak van klimmen en dalen. Het is trouwens niet alleen de weg die stijgt, de levensduurte verhoogt eveneens. In Sicilië nog 2 café latte voor 2 euro, hier is dat dan 8 euro. Alle pizza’s : + 5 euro.
Na een laatste steile klim van 4 km kunnen we onze tent opstellen met een prachtig panorama over de baai van Propriano. Het was een zware rit.    

              

      

N-O Sardinië. 1048 km

De plaatselijke fietshandelaar blijkt een manusje van ‘ doet alles ‘ soort te zijn. Hij vermoedt dat het probleem bij de pedalen zit maar hij heeft geen wisselstukken. Na nog eens goed naar mijn voeten te hebben gekregen dat er teveel smeer aan de ketting hangt, vertrekken we dan maar piepend en krakend op zoek naar meer wijsheid. Het weer is vandaag overtrokken en er staat een flinke bries. gelukkig is de weg wat glooiender geworden. We passeren nog een marmergroeve, die toch wel indrukwekkend was, en bij het volgende stadje Osserei, krijg ik een fietswinkel in het vizier. Vol goede moed stappen we binnen, en ja hoor, ons manusje van ‘ doet alles ‘ soort had gelijk : de pedalen zijn stuk. Ik ben geen techneut maar ik heb nooit geweten dat er in pedalen ook nog kogeltjes en rollementen zitten die kunnen verslijten. Voor mij was een pedaal iets waar je gewoon je voeten diende op te zetten. Weeral iets bijgeleerd….

Het euvel is vlug opgelost en met 16 euro zijn we ervan af. Hier word ik goed gezind van want in mijn periode als motard liep de rekening vlug op tot honderden euro’s. We vervolgen onze weg en na wat op en neer bereiken we al vlug onze camping. Een eerdere opmerking van ons dat we de Sarden afstandelijk en koel vonden moeten we herzien. We worden overal uitermate vriendelijk en behulpzaam ontvangen. 

Ik heb in mijn leven al heel wat gezweet maar dat ik letterlijk vol zout hing heb ik op deze reis pas ervaren. Eerst dacht ik dat die korrels op mijn lichaam zandkorrels waren maar ze zien wit en, na even geproefd te hebben, smaken zij  naar keukenzout dat je bij de patatten doet. Allez, als ik eens zonder zit weet ik wat te doen…

Verrassend genoeg is er een streepje zon te zien bij het ontwaken. We pakken alles in en vervolgen onze weg. Over het weer hebben we nog niet veel geschreven omdat dit steeds schitterend was maar sinds gisteren is het wat minder. Toen zagen we helemaal geen zon. Vandaag valt het dan, tegen alle verwachtingen in, wel mee. Het is aanzienlijk een stuk frisser maar om te fietsen is dat helemaal niet erg. De zwempartijen laten we wel achterwege.
We blijven de kustweg volgen wat betekent dat er af en toe toch stevige, korte klimmetjes te trappen zijn.
Plots zien we een tegenligger af remmen voor, op het eerste zicht, een flinke steen. Maar het blijkt een schildpad te zijn die zijn tijd neemt om over te steken. Reddende engel Marc stapt van zijn fiets, houdt het verkeer tegen en tilt de schildpad op om hem aan de overkant neer te zetten. 
Vroeg in de namiddag wordt ons tentje terug opgezet.
Bij de reddingsactie zag Marc een groot bord met een foto van een gespiesd varken, een specialiteit van Sardinië, dat wou hij vanavond wel eens eten. Tja, het zit alle dieren niet mee, hé! Maar het was helaas gesloten dus stopten we bij een “agricultura”. We kregen een plaatsje op het terras met prachtig uitzicht. Alles wat we opgediend kregen was zelf geprepareerd, ook de wijn. We begonnen met een bordje antipasta met lekkere salami, panchetta en kaas. Even later volgden er nog bloemkooltjes op verschillende wijze, eieren met asperges, meerdere klaargemaakte ingewanden. Dan kregen we twee verschillende pasta’s, kei lekker. Dan geitenvlees, toen volgde er nog geiten ingewanden en als laatste een koffie met likeur. De wijn werd steeds bij gevuld en dit alles voor de prijs van 35 euro pp. Gelukkig lust Marc die ingewanden wel anders hadden ze die wel allemaal terug gekregen. 
Het druppelt een beetje deze nacht maar een flinke bries zorgt er de volgende dag voor dat de hemel wordt schoongeveegd. Het nadeel is wel dat we deze bries pal op kop hebben dus dat wordt een tandje bijsteken. In Olbia verorberen we het zoveelste Italiaanse ijsje, amareno en ferrero duplo, om de smaakpapillen van onze tong nog eens lekker te verwennen.
Hierna krukken we nog een heuveltje over richting noordkust en plaatsen ons tentje in een 4 sterren camping dat mooi aan zee is gelegen. We worden direct gekenmerkt met een bandje dat er éénmaal buiten al direct afvliegt. Het bandje werkt op ons gemoed als een rode lap op een stier. Ik wil op reis niet geketend worden. Dit gaat weer de nodige discussies geven in de aard van : waar is je bandje mijnheer? Het is best dat je dit aandoet zodat we weten dat je van deze camping bent. Het is voor je eigen veiligheid. We gaan fietsen om een heerlijk vrij gevoel te beleven en dan worden we gemerkt. We gruwelen van deze methodes en hopen dat het nog gaat meevallen. Het internet is zeker geen 4 sterren dus de foto’s zijn voor morgen…. Eindelijk gelukt

                   

Naar Tortolí en de bergrit tot Dorgali.         880 km 

We staan vroeg op want we weten niet echt hoe onze rit zal verlopen. Veel klimmen of niet? De uren die Marc vooraf heeft gespendeerd om routes uit te dokteren werpen zijn vruchten af in de eerste 40 km. Half verharde wegen leiden ons door een zacht glooiend landschap. Geen kat komen we tegen, alleen af en toe een adder die het pad snel vrij maakt voor onze doortocht. Een loslopende hond maakt ons alert maar blijkbaar is het beestje banger dan wij en blijft ons wantrouwig aankijken. De kleine maar kleurrijke, lustig kwetterende vogeltjes houden ons humeur op maximum peil. 

Tot we bij een militair domein komen waar de woorden “KEEP OUT” overduidelijk zijn. We durven nog een eerste bord te negeren maar nauwelijks 100 meter verder worden we opnieuw geconfronteerd met de woorden ” PENAL FINE BY LAW “. Het risico verder te rijden lijkt ons nu erg groot. Wie weet wat voor een boete hangt er dan boven ons hoofd en een gevangenis hebben we al genoeg van binnen gezien! Spijtig, want dit was waarschijnlijk de mooiste weg om aan de volgende camping te geraken. Nu ja, dan fietsen we terug naar de hoofdweg en vervolgen we deze richting Tertenia. 
Het blijft, buiten verwachting, een glooiende weg en eens in Tertenia beslissen we door te stampen naar Tortolí, ongeveer halfweg Sardinië. De plaatselijke flora, nu in volle bloei, kleurt het  kader mooi geel, paars en rood.
Na 111 km komen we aan in ‘ Telis camping ‘ en stellen de tent op. Met een bord pasta in de hand en een glas rode wijn aan de kant wordt het nog heel plezant. Deels mede door een prachtig uitzicht over berg en zee, voor mij is het leven zo wel OK.
Op onze welverdiende rustdag besluiten we s’avonds te gaan eten in ‘ La Bitta ‘, gekozen na een tip uit België. Het oogt wel wat duurder maar de kaart is veelbelovend. Hier ga ik zeker voor het wild zwijn dat blijkbaar een traditioneel gerecht is in Sardinië. Het restaurant zelf is prachtig gelegen aan zee en het eten + de wijnen zijn inderdaad verrukkelijk. Helena trakteert voor haar verjaardag maar bij het betalen geeft de ober haar credit card toch maar terug aan mij. Blijkbaar is het hier niet de gewoonte dat de vrouw betaalt en ging hij ervan uit dat het mijn kaart was.
Het is nu donderdag, feestdag. Maar voor ons wordt het zwoegen. We stijgen terug boven de 1000 meter richting Dorgali, waar we voor de verandering een bed & breakfast geboekt hebben. Al na 10 km gaat het steil omhoog tot Braunei, dat schilderachtig gelegen is op 480 meter. Nadien gaat het wat omhoog en omlaag. Heel vervelend want dat omlaag moet je steeds terug omhoog. Ons beeld wordt gevuld met loslopende geiten, koeien, varkens en Duitse motards. Ik heb de indruk dat voor deze laatste groep Sardinië een speeltuin is, zowel offroad als on road. Een rechtstreekse confrontatie tussen beide groepen lijkt me af en toe niet uitgesloten. Op 700 meter hoogte volgt dan de definitieve klim naar de pas ‘ Genne Silena’. Hier ontmoeten we 2 fietsers, een man uit Wales en een vrouw uit Z-Afrika. Na het delen van onze ervaringen, nemen we afscheid. Zij, al dansend naar boven, wij meer kruipend. Al een tijdje hoor ik een vreemd gekraak in mijn buurt en efkens heb ik gedacht dat het mijn knoken waren. Naarmate het volume toeneemt, begin ik meer en meer te denken dat het ijzeren ros tussen mijn benen wel eens zou kunnen mankeren. Het situeert zich ergens in de buurt van de trapas. Maar voorlopig rijdt hij nog en genieten we gewoon verder van het fantastische, ongerepte natuurschoon van Sardinië. Dit is dan ook het ‘ Parco del Gennargentu ‘ waar vele excursies ondernomen worden. Op de top drinken we een frisse cola en stuiven naar beneden, toch wel een beetje voorzichtig want na elke bocht worden we getrakteerd op verrassende windstoten. Aankomst in hotel, douchke en pintje gepakt, lekker gegeten en afspraak gemaakt met de plaatselijke fietshandelaar om morgen mijn fiets te bekijken. Het lijkt wel werken hé…..  

                     
 

Sardinië en de Costa Rei. 708 km

 Sardinië

Na een rustige, aangename boottocht zetten we fiets aan wal in  Cagliari. Het is vroeg en er is nog geen bedrijvigheid te zien, buiten deze van de duizenden flamingo’s die vlijtig de modder omploeteren op zoek naar eten. Dus besluiten we om maar meteen door te fietsen naar onze eerste bestemming, Monte Nai aan de Costa Rei. De wegen zijn erg rustig, de stadjes doodstil. Onderweg vraagt Marc zich af of er hier op Sardinië eigenlijk wel mensen zijn die moeten werken tot zijn euro valt en hij beseft dat het zondag is. 
Even buiten Cagliari maken we kennis met een ongerepte, natuurlijke kustlijn. Prachtig om te zien, vermoeiend om te fietsen. Het is een stijgen en dalen dat het een lust is! 
We merken al een groot verschil met Sicilië : hier is er geen zwerfvuil te zien, geen vergane glorie maar ook geen levendigheid in de plaatsen die we voorbij fietsen. De mensen zijn vriendelijk maar komen koel over. Ik noem het ‘beschaafd beleefd’.
Mortadella. Hoe komt men toch aan deze benaming, vraag ik mij af. Tot ik zie hoe groot deze zijn wanneer ze nog niet zijn aan gesneden. Als deze van het schap valt ben je inderdaad mortadella. 😇 
Onderweg ontmoeten we een collega fietser. Wanneer we zeggen dat we ongeveer 12 dagen fietsen van zuid naar noord reageert hij met de woorden : oh, zo lang, ik doe daar 5 dagen over. Zo zie je maar dat iedereen zijn voorkeur heeft. Wij willen echter Sardinië ook wat leren kennen en dan vooral het culinaire zoals het jullie waarschijnlijk al is opgevallen. 😋
Onze tent wordt opgesteld en bij het avondeten ( spaghetti ) krijgen we het gezelschap van vele zanzara ( muggen ). We hebben ermee gedanst en gedronken, wij van de wijn en zij van ons, en nadien hebben we de meeste dood geklopt zodat het feest, met slachtoffers langs beide zijden, in mineur is geëindigd.
De Costa Rei is momenteel heel rustig en volgens mij een ideale plek om in een tot de verbeelding sprekende omgeving je wittebroodsweken door te brengen. Je weet nog wel : die tijd dat je denkt dat je nog genoeg hebt aan elkander. Dus voor de toekomstige trouwers onder ons : een gouden tip.
Wist je trouwens dat dit stukje ongerepte kuststrook in 1963 door een Belg, Guy Van Alphen, werd ontdekt en toeristisch ontwikkeld werd door hem? Het is ook hij die de benaming Costa Rei bedacht.

               

Palermo. 628 km

Onze laatste etappe in Sicilië gaat tot Palermo. We beginnen eraan, zoals steeds tijdens deze vakantie, onder een stralende zon. Het fietsplezier onderweg is erg afwisselend. Soms is het mooi, vlak tot zeer steil, daarna doorkruis je weer een industriegebied en de verkeersdrukte neemt toe naarmate we onze eindbestemming naderen. Palermo is de hoofdstad van het eiland. Een stad met een zeer eigen sfeer: chaotisch en exotisch. Een brug tussen noord (het mediterrane Europa) en zuid (Afrika). De Arabische invloed is hier misschien nog wel het meest voelbaar in de architectuur, maar ook op de markten, die doen denken aan soeks. Wat me ook opvalt is dat de stad omringd is door steile bergen. Geen makkie, denk ik dan, om van hieruit het binnenland in te fietsen. In de stad proberen we het restaurant ‘ Sapori Perduti ‘ , ééntje van de betere klasse. Helena neemt de menu carne en ik neem de menu pesce. Dit samen met een flesje Siciliaanse wijn uit de streek Trapani. De engeltjes strelen je tong en de smaakpapillen worden hemels verwend. Een aanrader.

We bezoeken ook de Catacombe dei Cappuccini. Dit is één van de meest bizarre en macabere plekken van de stad. In deze catacomben liggen en hangen zo’n 8.000 gemummificeerde lichamen en skeletten van Palermitanen, uit de 16e tot halverwege de 20e eeuw. In 1533 begonnen kapucijner broeders met het balsemen van lichamen, toen een zeer ongewoon idee. Tevreden over het positieve effect, zetten ze hun werk voort en behandelden voornamelijk overledenen van gegoede of adellijke komaf. Die werden in hun mooiste kledij opgehangen aan de muren van de catacomben. Deze traditie werd gebezigd tot ongeveer negentig jaar geleden. De laatste ‘gelukkige’ was Rosalia, een meisje van twee. Haar lichaam is nog zo intact, alsof het Doornroosje betreft. Helaas nam haar behandelend arts het recept van het bijzondere procedé mee zijn graf in. Ik verkies echter na deze tentoonstelling gecremeerd te worden en Helena werd zelfs een beetje mottig bij het zien van alle ‘dood en verderf ‘.
Voor meerdere avonturen in Palermo kan ik jullie verwijzen naar strip 283 van Suske een Wiske ‘ Paniek in Palermo ‘ waar Lambik betrokken geraakt in een maffia vete. Een mummie speelt hierin een hoofdrol.
Seffens vertrekt onze boot naar Cagliari, Sardinië.
Over Sicilië kunnen we besluiten : keimooi eiland, zeer vriendelijke mensen, goedkoop en vooral een uitmuntende gastronomie. Zeker een bezoekje waard….
Wat het fietsen betreft : de gewone wegen zijn autoluw, toch in dit seizoen. De steden daarentegen zijn chaotisch en gevaarlijk druk. Enkele Siciliaanse levensfilosofieën : 
– Waarom stoppen voor een rood licht, we zijn een vrij volk en hebben geen regels na te leven.
– Als er niet voldoende parkeerplaats is, zetten we de auto toch gewoon dubbel en als het nog kan dwars erin.
– Wat we verdiend hebben, doen we direct naar de bank. Wisselgeld, wat is dat eigenlijk?
Om er ten volle van te kunnen genieten is een cursus Italiaans zeker nuttig. En we besluiten zodoende met de woorden van een wijs man : geniet van het leven alsof het je laatste dag is, maar studeer zo intens met de gedachte dat je nog 100 jaar te leven hebt.

   
                 

Cefalù 531 km

De luxe 2-daagse in ons hotel zit erop. Na een stevig ontbijt (we krijgen zelfs nog wat fruit en 2 flessen water mee voor onderweg) en een bemoedigend vaarwel van het hotelpersoneel, dalen we terug naar zeeniveau.  Vanaf Sant’Agata di Militello volgen we de kustlijn richting Cefalù. Ik vreesde dat we nu in drukker verkeer zouden terechtkomen maar het blijft zeer autoluw en daar genieten we allebei van. Onderweg passeren we nog een dorpje, Santo Stefano di Camastra, gespecialiseerd in keramiek en dat zul je geweten hebben. Volgens mij zit het halve dorp in die sector. Mooie en minder mooie keramische werken vullen de hoofdstraat. Daarna eten we nog een cannelloni in een plaatselijke ‘tavola calda’. Deze eetgelegenheden hebben mijn hart gestolen. Je krijgt er steeds vers bereide lekkere gerechten en dit voor een luttele prijs. Het volkse karakter ervan vinden we aangenaam en de ontvangst ervaren we steeds als zeer vriendelijk. Vroeg in de namiddag bereiken we reeds de camping en na het opstellen van de tent en een frisse duik in het zwembad gaan we op verkenning in het dorpje. 2 latte machiato en de nodige, steeds zelf gemaakte, koekjes worden in een pasticceria besteld. Heerlijk dat je kunt eten wat je wilt, de volgende dag fietsen we dat er wel terug af.

Vandaag fietsen we op en af naar Cefalù.

Cefalù is een populaire toeristenbestemming aan de Tyrreense kust. De sterke punten van dit stadje zijn een goed geconserveerd middeleeuws centrum en een groot zandstrand aan de voet van een flinke rots. De ‘ Duoma di Cefalù ‘staat imposant te pronken op het stadsplein, omringd door wuivende palmen. Van buiten is het één van de mooiste kathedralen van Italië. Binnen is het vooral de koepel met de Pantocrator die de aandacht trekt. Deze Christusafbeelding in mozaïek heeft een zeer menselijke expressie op zijn gezicht. In zijn hand houdt hij een bijbel met de tekst ‘Ik ben het licht der aarde, hij die mij volgt zal nimmer in duisternis lopen’ (Johannes 8:12).😇😇😇 Amen en uit.
Voor ons is Cefalù een beetje zoals Taormina. Heel mooi gelegen, maar ook heel toeristisch. We blijven beiden meer houden van de kleine, onbekendere dorpjes met hun gelukzalig mediterraans tempo. Ieder zijn voorkeur. 
Aan ons tentje bereidt Helena deze avond een spaghetti bolognese met bijhorend wijntje. Het ziet er goed uit….. 

               

 

De rit naar Sant’Agata di Militello. 453 km

Gisteren kregen we een praatgrage Duitse buurvrouw naast ons die wat later op de avond, zoals zij het noemde, haar huisdier liet zien. Ik verwachtte dat dit één of ander opgezette hond of kat ging zijn of misschien een foto ervan. Maar het was een plantje basilicum dat ze overal mee naartoe sleurt. 

Deze morgen breken we op tijd onze tent op en staan gepakt en gezakt klaar wanneer we uitgezwaaid worden door een Italiaan die goed Duits spreekt (of is het een Duits die goed Italiaans spreekt). Hij vraagt ons welke richting we gaan en als hij hoort dat het richting Palermo is zegt hij : “Oeioeioei, ik fiets geregeld die richting uit en dat wordt klimmen!!! En oeioeieoei, met al die bagage die jullie bij hebben, dat wordt gegarandeerd afstappen en te voet verder lopen.”
Allez, met deze bemoedigende woorden starten we onze rit. 
En een steile klim wordt het inderdaad maar van afstappen is er geen sprake. Die man weet niet welke heldendaden we allemaal achter de rug hebben!
We passeren vele wielertoeristen die deze weg ook trotseren. Deze roepen en zwaaien al van ver als zij ons bepakt in het vizier hebben : “Grande! Bravi!,…” 
Een ’s zondagse uitstap van old timers zoeft ons ook voorbij waardoor het uitzicht langs deze adembenemende kustlijn, met steeds een uitzicht op de Eolische eilanden, nog meer verfraaid wordt door de vele beeldige auto’s. De temperatuur is ondertussen opgelopen tot 34 graden. 
Na de eerste klim, tot 220 meter hoogte, wordt het een rit van wat dalen, wat naar boven en zo gezapig verder tot Sant’ Agata di Militello. Hier logeren we een keer in het Red Hotel. Oef, eens niet op dat mismaakt matje liggen (waarvan ondertussen een derde naad is gesprongen en ik enkele meters hoger lig dan Marc :-)) Het is een hotel met prachtig zicht op zee. Maar dat zicht is ook hier vanop 200m. En ik maar denken dat ik naast het zeetje zou liggen. De toegang tot het hotel moest ik (Helena) te voet doen want dit percentage kon ik niet omhoog fietsen. Het uitzicht, het zwembad, het ontvangst, … het maakt het allemaal de moeite.   

                                    

Taormina en de rit naar de noordkust. 386 km

Een vlakke rit naar Taormina is niet hetgeen we ervaren vandaag. Het was een rit met pittige klimpartijen die wel van korte duur waren. Langs de kust wil niet zeggen dat het vlak is blijkbaar.
In Riposto zagen we een ‘tavola calda’ waar veel Italianen eten afhaalden dus gingen wij het binnen eens verkennen. Hier stonden verschillende klaargemaakte, heerlijk uitziende maaltijden dus schoven we snel aan bij de rij wachtenden en aten daar een lekkere lasagne aangevuld met een half litertje vino bianco voor de prijs van 11,50 euro. Wat bedoelen ze nu eigenlijk met Italië is duur? Buikje vol en verder naar de camping die niet meer veraf was.
Voor een bezoekje aan Taormina kiezen we de lokale bus omwille van het drukke wegverkeer. De bus nemen blijkt dan ook wel weer een aparte belevenis. Er wordt uitbundig heen en weer gepraat tussen chauffeur en medereizigers en er heerst een leuke sfeer. De chauffeur op de terugweg blijkt zelfs een culinair figuur te zijn want we krijgen  van verschillende bereidingen, weliswaar in het Italiaans, uitgebreid te horen hoe men ze dient klaar te maken. 
Taormina zelf en bijhorend Grieks amfitheater is prachtig gelegen op een heuveltop en je wordt regelmatig getrakteerd op mooie vergezichten. 
We genieten op een terrasje van een heerlijke granité ( een sorbet, denk ik ), de beste van Sicilië volgens onze app.
Bij de plaatselijke bakker hebben we daarna nog kennis gemaakt met een ‘ cannoli con pistaccio ‘ ( een opgerold hard koekje gevuld met een roomachtige substantie waaraan een pistache smaak is gegeven). Er zijn echter ook nog andere smaken verkrijgbaar. Het heeft niet veel gescheeld of ik kreeg de tranen in mijn ogen van genot ( kan gebeuren… ) met als gevolg dat we hierdoor de bus gemist hebben en we nog 2 uren hebben moeten wachten eer de volgende kwam. Maar geen gezeur, het was een leuke dag.
Taormina kan dan wel heel idyllisch gelegen zijn maar wij houden beiden toch meer van de kleinere meer volkse dorpjes zoals Avola en Riposto waar het leven op een gezapig tempo lijkt voort te kabbelen.
Vandaag volgt de zwaarste rit van ons traject op Sicilië. We steken overland door naar de noordkust en klimmen staat dus op het programma. We vertrekken van zeeniveau tot 1125 meter en daarna dalen we terug naar zeeniveau. We staan vroeg op en om half negen zitten we reeds op de fiets. Eerst volgen we nog efkens de kust en dan volgt een langzame klim naar Francavilla di Sicilia. Het is nu half elf en werken hier op een bankje nog wat energie naar binnen. We zitten op een 250 meter en de weg zal nu blijven stijgen tot we de 1125 meter bereikt hebben. Het is echter mooi, helder weer en het zicht op de immer aanwezige Etna en omliggende dorpen zijn prachtig. Lenig en gezwind ( lees : puffend en zwalpend ) klauteren we verder richting top, af en toe rondkijkend naar de wondermooie omgeving door de druppels aan mijn wenkbrauwen die samen met de kadans van de pedaalslagen van links naar rechts bewegen. Na vele ruststops bereiken we rond 15.00 u de top. 
Nu alleen nog naar beneden en al vlug krijgen we aan de horizon een fantastisch vergezicht op de zee. De afdaling krijgt een tussenstop in het dorpje Novara di Sicilië waar we in een plaatselijke bar met een lieve eigenares kennismaken en haar zelfgemaakt taartje met een latte machiato degusteren. Het smaakt voortreffelijk. Ze is verbaasd dat we met al die bagage over de berg zijn geraakt en vraagt ons benieuwd naar het verdere verloop van onze reis.
We nemen afscheid van dit schitterend gelegen dorpje en vervolgen onze weg naar beneden. Gelukkig is er op de wegen door het binnenland zeer weinig verkeer in tegenstelling tot de wegen aan de kust en de steden. 
Nog een 700 meter dalen en na een paar missingen waardoor we met de hele santenkraam door een rivier moeten waden, bereiken we uitgeput de camping. Tent opstellen, matras opblazen, douchen en pizza bestellen. Het is genoeg geweest voor vandaag. Morgen rustdag…..en bijtanken……
Nog een kleine bedenking : bij het kiezen van onze tent werd het gewicht heel nauwkeurig in de gaten gehouden. Elke 100 gram was belangrijk. In Riposto echter kopen we een bidon van 5 liter rode wijn en hiervan moet ik nog 3 liter over de berg sleuren. Dit is bijna het gewicht van onze tent. Kwestie van prioriteiten zeker???
Een paar dagen geleden is er weer een naad gesprongen in het midden van Helena haar exped matje. Dit zou toch niet mogen gebeuren bij zulke dure matjes. Verleden jaar is het mij ook overkomen. Je krijgt dan wel een nieuw bij thuiskomst maar de rest van het verlof zit je er wel mee. Een kwade mail wordt verstuurd. 

         

 

     

Catania en de Etna

Catania, de tweede stad van Sicilië, is een rommelige, maar bruisende stad: up-and-coming en tegelijk nog zeer traditioneel. Catania wordt ook wel eens ‘ Black city ‘ genoemd omdat het gebouwd is met lavasteen in tegenstelling tot Syracuse, dat opgetrokken is met witte steen. Door de grote uitbarsting van de Etna in 1692, die bijna de gehele oostkust vernietigde, zijn de meeste steden hier in Barokstijl opgericht. Simpelweg omdat in die periode deze stijl in de mode was. Alleen Taormina bleef blijkbaar gespaard en heeft een meer middeleeuws karakter met zijn smalle straatjes. Het verkeer in Catania is erg chaotisch en voor de fietser is het net geen poging tot zelfmoord. Het doet me denken aan de straat oversteken in Vietnam. Gewoon oogcontact houden en  rustig in een gelijkmatig tempo oversteken. Dit werkt uiteindelijk nog vrij goed maar bij de minste aarzeling onderweg is het volgens mij boem-patat. Vergeleken met fietsen in Frankrijk en Spanje is het hier nog de prehistorie wat fietspaden betreft en zwaaien koning auto plus de vele scooters de scepter. Niet teveel nadenken dus, maar we zijn altijd wel blij wanneer we de camping heelhuids bereiken. 

Nog een anekdote over de Vlaamse ( of Italiaanse kermis ) van gisteren. Je moet je niet schamen voor overdaad want in het midden van deze ‘ circus ‘ staat een priester de zondagse mis te verkondigen met een groot gouden kruis die je direct van je zonden kan afhelpen. Toch wel gemakkelijk……
Met  zijn hoogte van ruim 3300 meter is de Etna de enige actieve vulkaan van betekenis in Europa. Regelmatig zijn er nog uitbarstingen. Bijna ieder jaar is er wel een eruptie van lava, die vaak vooraf wordt gegaan door een periode van kleine aardbevingen. Niets zorgelijks, het grootste ongemak naast het uitvallen van het licht is voor de Sicilianen het feit dat je een paar minuten niet mobiel kunt bellen. Wanneer de vulkaan as spuwt, ligt de omgeving onder het stof en is het elke dag opnieuw kuisen. Dit kan maanden duren en is niet voorspelbaar.
We bezoeken de Etna met een minibusje. Onze chauffeur heet Seppe en onze aantrekkelijke gids noemt Paola. We beginnen met een bezoekje aan 2 niet-actieve kraters. Er staat een flinke wind en het is er bitterkoud. Je kan ook nog heel mooi de lavastroom zien van de uitbarsting in 2002 toen deze verschillende gebouwen met zich meesleurde. Wanneer we vragen of de bevolking geen bang heeft van mogelijke uitbarstingen vertelt onze gids dat de Etna geeft en neemt. Bij een uitbarsting wordt er veel vernietigd maar de lava bestaat uit zovele mineralen dat er later een zeer vruchtbaar gebied ontstaat. Het doet me denken aan Shiva van de hindoes. Hij is ook eveneens de schepper en de vernietiger, dus de Etna en Shiva hebben volgens mij wel iets gemeen. Onze gids beaamt dit. Onderweg zien we een huis van 2 verdiepingen hoog dat tot de dakgoot onder de lava zit. Bij navraag blijkt dat hier geen rampenfonds bestaat. Dan volgt een interessante maar niet gemakkelijke wandeling door een lava grot met helm  en zaklamp; deze ontstaat wanneer de bovenlaag van de lavastroom stolt en de onderstroom van lava zich nog gloeiend heet een weg baant. 
We bezoeken nog valle del Bove, een 7 km lange en 5 km brede gestolten lavastroom die zich op het einde van de negentiende eeuw heeft gevormd. Toen de dorpsbewoners van Zafferana dit zagen aankomen, begonnen ze massaal te bidden met als gevolg dat de lavastroom stopte op 200 meter van hun dorp. Een Madonna wordt hiervoor neergezet als dank.
Als afsluiter brengen we nog een bezoek aan een biologische boerderij, waar plaatselijke  producten zoals honing, olijfolie, pesto’s, wijnen, kruiden etc. kunnen worden geproefd en aangekocht. Tactisch gezien een slimme zet om dit op het laatste van de tour te doen wanneer iedereen scheel ziet van de honger, maar alles was zeker topkwaliteit. 
We gaan deze avond de aangekochte specialiteiten vermengen met onze maagsappen en morgen volgt er een vlak ritje naar Taormina.